Dromen, delen, doen

Dromen, delen, doen. Zo zie ik het voor me. Maar in alle eerlijkheid: zelf smacht, stamel en stuntel ik maar wat aan. Wat zou ik graag iemand willen zijn die grandioze dingen uitvindt waar de wereld werkelijk iets aan heeft. Iemand die (écht) de zee op gaat en walvissen redt, plastic uit het water vist en ook meteen even het koraal repareert. Iemand die weet hoe alles moet en alles uitlegt aan anderen zodat zij ook weten hoe het moet. Iemand die hen inspireert en motiveert om ook echt aan de slag te gaan, nu ze weten hoe het moet. Die dat met flair en pit en power doet. Op zijn minst zou ik iemand willen zijn die dat alles, bij gebrek aan competenties en moed, hatseflats bij elkaar manifesteert. Nee, op z’n minst iemand die het opbrengt om te léren manifesteren.

Begrijp me niet verkeerd, verbeeldingskracht is een van mijn favoriete skills. Als je niet weet waar je naartoe wilt, dobber je maar wat rond. Hartstikke chill voor een tijdje, maar problemen los je er niet mee op. En als je ook maar een beetje op mij lijkt (creatief, inlevend, volhardend), dan wil je dat uiteindelijk toch. Je kunt dan twee dingen doen. Je gaat óf heel lang naar zo’n probleem staan kijken, met een denkwolkje boven je hoofd waarin staat ‘ingewikkeld’ of erger nog: ‘te ingewikkeld’. Of je gaat bedenken hoe het anders kan. Dromen, zeg maar. In het wilde weg liefst, met al je hersenhelften en je hele hart.

Dan, op een zeker moment, heb je ‘m. Je droom. Vervolgens kun je die als je ook maar een beetje op mij lijkt (introvert, nuchter, bescheiden) heel gemakkelijk voor jezelf houden, omdat je denkt: slaat nergens op, is geen geld voor, wie zit daar nou op te wachten, of iets anders in die demotiverende trant. O-hof je besluit je droom te delen. In ruwe vorm, met vraagtekens, in conceptversie 31, of helemaal af en Disney en alles. Maakt niet uit hoe, doorvertellen, daar gaat het om. Doorvertellen maakt het mogelijk. Het brengt een ander op een idee, doet jou zelf beseffen dat je ideaal hoogst urgent is en ‘tsss why not eigenlijk!?’, of je komt samen tot de conclusie dat een andere droom meer hout snijdt. Hoe het ook zij, doorvertellen levert meer op dan voor jezelf houden. Want met een beetje geluk en nog wat succesfactoren (die ik hier for-the-sake of de leesbaarheid even weglaat) leidt jouw gedeelde droom tot het beste dat de mens in zich heeft: de moed om iets te doen. Voor een ander, voor de planeet, voor een dier in nood, gewoon omdat het nodig is. Niet leuk of chill of easy. No-dig.

Zo zie ik het dus voor me. Maar laten we onszelf niet voor de gek houden. Als het gemakkelijk was, was het allang gefikst. Tussen droom en daad staan praktische bezwaren, en – nu komt het – waarachtige verhalen. Verhalen over iets heel erg voor je zien, maar niet weten waar je moet beginnen. Over begonnen zijn (yes!) en keihard in een valkuil trappen. Over gevallen zijn en gebutst weer opstaan. Over opstaan en geen idee meer hebben welke kant je ook alweer op ging. Over je weg hervinden (yess!) en hopen dat het deze keer wel goed afloopt. Over een goede afloop (yesss!!) en een volgende ingewikkelde kwestie die alweer opdoemt aan de horizon.

We ploeteren, vallen, mislukken. De godganse tijd. En nee, dat ligt niet aan onszelf en ook niet aan de ander of aan hoe de sterren staan. En nee, bij een ander loopt het heus niet allemaal wél heel lekker. En nee, alles komt niet goed, alles is niet goed, alles is nou eenmaal ingewikkeld. MAAR. Zeg ik tegen mezelf en iedereen die het horen wil. Dat is geen enkel excuus. Als de ingewikkeldheid pontificaal voor je neus is gaan staan, moet je er iets mee. Wat precies, weet niemand. Gelukkig hoef je niet de boeken in als een groot geweldenaar. Er is maar één ding dat je hoeft en mag: het gewoon proberen. En guess what: proberen lukt altijd. En dat vind ik dus een ENORME troost. Smachten, stamelen, stuntelen kunnen we allemaal. Hoera!